VAN HEINDE EN VERRE
Notities van een terugkomer - 27 november 2025
'Wij hadden weer eens zitten slapen.' Ik schreef dit zinnetje, of woorden van gelijke strekking, in een artikel over buitenlandberichtgeving dat ik, lang geleden, maakte op verzoek van de redactie van de VPRO-gids. Mijn punt was dat, net als bij de genocide in Rwanda in 1994, de internationale pers aan het begin van deze eeuw opnieuw met andere onderwerpen bezig was, en daarom te laat begon te berichten over een nieuwe genocide.
En dus voltrok zich in Darfur, een gebied in het westen van Soedan, al sinds februari 2003 een humanitaire ramp van enorme proporties, die met name de westerse volgers van het nieuws koud leek te laten. Als Afrika-correspondenten, eenmaal voldoende doordrongen van de ernst van de situatie, deden we ons best om alsnog onze verslaggevende plichten zo goed mogelijk te vervullen. Eenvoudig was dat overigens ook toen al niet.
Groezelige stapel
De problemen begonnen al in onze standplaats Nairobi, waar bij de Soedanese ambassade een vrouw werkte die onze visumaanvragen wel in ontvangst wilde nemen, maar in woord en gebaar (ze mocht die aanvragen graag op een groezelige stapel smijten) duidelijkmaakte dat zij haar bazen in de hoofdstad Khartoem op geen enkele manier zou aansporen om met de behandeling van die aanvragen ook maar enige haast te maken.
Lukte het na weken of soms maanden toch om toestemming te krijgen naar Soedan te reizen, dan was de afstand tussen Khartoem en plaatsen als El Fasher in Darfur letterlijk en figuurlijk nog steeds zeer aanzienlijk. Persaccreditatie kon in de hoofdstad zo maar een hele werkweek in beslag nemen. Lukte het om eindelijk in het gebied aan te komen, dan stonden opnieuw allerlei lokale autoriteiten in slagorde opgesteld om ons het werk liefst onmogelijk te maken.
We konden ook proberen om illegaal via het buurland Tsjaad in Darfur te komen. Mijn collega en ik hebben dat gedaan. Maar gezien de oorlogssituatie in Soedan was dat een uiterst tricky onderneming, nog los van het feit dat mensen die wél in onze verslaggeving wilden bemiddelen, dat bepaald niet gratis deden. En ondertussen vluchtten steeds meer mensen en liep het aantal doden verder op.
Journalistieke concurrentie
En nu zijn we ruim 20 jaar verder. Veel in Soedan is anders, veel is dat ook niet. Het genocidale moorden vindt waarschijnlijk op grotere schaal plaats. En voor de Afrika-correspondenten van nu is het feitelijk onmogelijk om, wat ons uiteindelijk op verschillende manieren wel is gelukt, ter plekke verslag te doen. Los daarvan moeten de verslaggevers nu 'concurreren' met de aandacht die, al even terecht, wordt opgeëist voor de gruwelen in Gaza en in ons eigen Europese achterland Oekraïne.
Enorme hulde voor mensen bij Nederlandse media als NOS en de Volkskrant die al evenmin toestemming krijgen om Darfur binnen te gaan, maar met koppige dapperheid in elk geval toch Soedan in weten te komen en met andere middelen over datgene berichten dat u en ik grondig afkeuren - en op geen enkele manier weten te voorkomen of beëindigen.
Mensen als Elles van Gelder en Sven Torfinn (die er 20 jaar geleden samen met mij ook bij was), zitten bepaald niet te slapen. Elles van Gelder maakt er geen geheim van dat zij een stem wil geven aan mensen die niet worden gehoord. Luister, alsjeblieft. Minstens dat.
Kees Broere